Wat je hier kunt lezen.
Op deze bladzijde schrijf ik over mijn eerste boek: Het Verborgen Rijk, Maansteen. Lees verder over de wereld waarin dit verhaal zich afspeelt, welke volkeren er wonen en hoe de wereld eruit ziet.
Werelden
Een personage in een boek zweeft niet door het luchtledige, alhoewel je daar prima een verhaal over kunt schrijven. Mijn personages reizen veel. Er is een reden; een opdracht, een dwingende noodzaak om op reis te gaan. Om iets te vinden, iets te begrijpen, om te ontsnappen of om te ontdekken.
Voor een schrijver is het handig, en voor mij noodzakelijk, om een wereld te bedenken. Een wereld die ik ook zie tijdens het schrijven. Vol met landschappen, rivieren, bergen, meren, moerassen, graslanden en nog veel meer. Er bevinden zich dorpen, steden, ruïnen, tuinen, wegen en meer in die wereld. Al deze zaken moeten beschreven worden zodat de lezer, en ook de schrijver, meer te weten komt over de wereld en de culturen waarin het verhaal zich afspeelt.
Ook komen we, terwijl ik schrijf en iemand anders leest, meer te weten over waar een personage zich bevindt, in welke richting men zich beweegt of waar datgene dat gezocht/ ontdekt wordt, te vinden is. Daarom gebruik ik wereldkaarten.
Als je eenmaal aan het schrijven bent, dan is het handig om te weten in welke snelheid een personage door het landschap beweegt. Is het heuvelachtig of moet je hoofd- of bijpersoon door bergen reizen? Welke afstand kun je afleggen als je door de bergen reist?
Ook het weer speelt een rol. Is het koud, dan is extra kleding, een reisdeken, genoeg eten om sterk te blijven nodig. Is het warm, dan is er meer water nodig en is er genoeg schaduw te vinden als het echt heet wordt? Er is veel te beschrijven en ook veel te onderzoeken.
Het Verborgen Rijk, Maansteen
Mijn eerste publicatie, Maansteen, speelt zich af in Amar-Athan, wat zoiets betekent als "De wereld daarbuiten" of "daar voorbij" Het verhaal speelt zich af op één van de werelddelen. Op dit werelddeel bevinden zich vele kleine en grote Rijken. Het merendeel leeft in relatieve vrede naast en met elkaar.
Kaart Amar-Athan
De kaart hieronder, van Amar-Athan, is nog niet af en er zijn nog wel wat onvolkomenheden :-). Deze tekening geeft echter wel een goed inzicht in waar zich wat bevindt. Hier kun je landen, steden, rivieren vinden. Er moet nog aan geschaafd worden en dan wil ik er nog een echt mooie versie van (laten) maken. (Zie ook verder. daar heb ik kaarten gebruikt van internet. Deze kaarten hebben geen relatie met mijn boek(en))
Het Elfenrijk, Nilavu
Het eerste Rijk, en het grootste, is Nilavu. In Nilavu wonen de Elfen. Het is een groot Rijk, gelegen in het oosten van het werelddeel.
Nilavu heeft veel kustgebieden. De Oostzee en een groot deel van de Zuidzee maken deel uit van het Rijk.
Grinn is de hoofdstad, waar het Koningshuis is gevestigd. De Elfen houden niet van kastelen, meer van burchten. Ja, er is een verschil. Burchten zijn versterkte gebouwen. Ze hebben een verdedigingsfunctie en vaak een ophaalbrug of een gracht om het gebouw heen. Burchten hebben ook vaak een strategische waarde en staan op verhoogde locaties of daar waar ze een goed zicht hebben op de omgeving.
Een kasteel is meer ingericht voor het comfort van de inwonenden. En natuurlijk zijn ook zij zo gebouwd dat ze de families veilig konden houden.
De rivier Surthri stroomt door een groot deel van Amar-Athan. Een rivier die magie verspreidt over de wereld. De rivier wordt in dit boek verbeeld als een entiteit, hoewel ze geen vaste vorm heeft. Ze spreekt met de hoofdpersoon, Koningin Elsebeth, door middel van gedachten en beelden.
In het hart van het werelddeel staat een belangrijke boom: Naneth'Alda. Zij is een soort Moederboom. Zij is het die, samen met de Ihtil-Gîl, de Maansteen, magie in stand houdt. Zij is belangrijk voor alles dat leeft en beweegt. Haar verwonden brengt de wereld in gevaar.
De Elfen
De Elfen leven al eeuwenlang op Amar-Athan. Ze hebben grootse steden en gebouwen die licht en luchtig zijn. De meeste steden zijn uit hout opgebouwd, hoewel er zich ook een aantal stenen gebouwen bevindt. Alles ademt natuur en de liefde daarvoor uit.
De Elfen kennen een aantal grote Koninklijke families. Deze families zijn niet altijd degenen die de Koning of de Koningin levert. Lang geleden is er grote onenigheid ontstaan tussen een aantal families. Drie families hebben zich afgescheiden en wonen nu in een ruig gebied, in het noorden van Nilavu.
De huidige Koningin is Elsebeth, van het huis San Skorn, wat IJzer-IJs betekent. Zij is gekozen omdat, zo zeggen de Oudsten, zij de juiste kwaliteiten heeft het volk te helpen in deze gevaarlijke tijd.
De Elfen zijn pragmatisch, eerlijk, hard en avontuurlijk. Ze zullen altijd strijden voor de witte magie en pogen de zwarte magie uit de wereld te verbannen. Een strijd die over vele eeuwen gevoerd wordt.
Het Mensenrijk Ecthelle
De hier getoonde landkaart heb ik gevonden op internet. Deze landkaart heeft geen relatie met mijn boeken en is slechts gebruikt om als voorbeeld te dienen.
Ecthelle, gelegen aan de westelijke kust is een land met veel verschillende landschappen. In het oosten van Ecthelle stroomt de rivier de Uthra, een zijrivier van de Surthri. De rivier stroomt, in het zuiden, breeduit waardoor er een delta is ontstaan. Ook is in Ecthelle het Lummoeras te vinden. Een drassig gebied dat bewoond wordt door minder aardige wezens. Er doorheen reizen is dan ook niet aan te raden, tenzij je natuurlijk geen keus hebt.
Het land wordt in het oosten begrensd door Raktharin, in het noorden door Rauta-Noore en in het centrum door het kleine land Andha. Ecthelle grenst voor een heel klein deel zelfs aan Nilavu. Er zijn uitgestrekte heuvellandschappen, maar geen bergen. Ook vind je er enorme wouden.
Het land wordt bestuurd door Koningin Arilaya. Het kent vele Graafschappen en Marken en Hertogdommen.
Het Mensenrijk Rauta-Noore
In Rauta-Noore wonen mensenvolkeren. Natuurlijk zijn er ook dorpen waar Dwergen, Rananen en zelfs Elfen wonen. Het land wordt bestuurd door Koning Tharselle en zijn zoon; Kroonprins Ang-Hayd.
De hoofdstad van Rauta-Noore is Nim-Sîr. Een grote havenstad met veel invloed in de omringende gebieden. Nim-Sîr wordt omringd door een laaggebergte, de Parbatabergen.
In het noorden wordt Rauta-Noore begrensd door Athan-Lant, in het oosten door Mâzgaan en Andha. Een aanzienlijk gebied is kust. Er stromen twee rivieren door het land. Beide afkomstig uit de Nim-Beinn bergen in Athan-Lant.
Het Dwergenrijk Athan-Lant
In Athan-Lant wonen de Dwergen. Een stug volk, hard geworden door hun leven in de bergen. Hard geworden, ook, door het vechten tegen hun aartsvijand. Dé aartsvijand van iedereen: SatRaksha. De Dwergen wonen in het noorden van Amar-Athan in een ruig gebergte met de naam Nim-Beinn, wat te vertalen is als "de Witte Bergen".
Hun hoofdstad is Bruch. De stad ligt, aan de zuidwestkant, langs de grens met Rauta-Noore. Langs die grens en langs de grens met Sytarna ligt een hele rij burchten. De meeste van deze burchten zijn verlaten, behalve in onrustige tijden.
De Dwergen zijn een wantrouwig volk, vooral door het verleden waarin bondgenootschappen niet altijd waren wat zij ervan verwachtten.
Het zuidoosten van Athan-Lant grenst aan Mâzgaan, het land van hun andere aartsvijand, Mâzga, en in het oosten grenst het land aan Sytarna, het land van SatRaksha.
Het Rijk van de Rananen, Andha en de Rananen
Voor alle hier getoonde landkaarten geldt; deze zijn gedownload van internet en hebben geen relatie met mijn boeken.
De Rananen komen oorspronkelijk niet uit Amar-Athan. Zij komen van een ander werelddeel., hoewel zij al een paar honderd jaar een klein Rijk hebben, Andha, dat in het hart van Amar-Athan ligt. Eens was het gebied dat hun Rijk omvat vele malen groter. Tijdens de Graanoorlogen, nu tachtig jaar geleden, is een groot deel van hun gebied overgenomen door SatRaksha en Mâzga. Ze beschermen dat wat zij nog over hebben tot het uiterste.
De Rananen zijn lang en breed, elegant in hun bewegingen. Ze hebben een vaal gele huid en harige, bewegelijke oren die, net als bij een kat, loom kunnen draaien naar waar een geluid vandaan komt. Velen van hen hebben lichtbruine strepen in hun haar of zelfs op hun huid. Ze gebruiken vrijelijk magie, maar alleen daar waar het nodig is om het leven te vereenvoudigen. Magie om levende wezens of plantaardig leven te buigen naar hun wil, is verboden. Overigens net zoals bij de Elfen.
Ze leven het liefst een eenvoudig leven. Houden van het werken met klei voor praktische doeleinden, zoals potten en schalen, maar ook voor het vervaardigen van kunstige voorwerpen. Ook dit hebben ze gemeen met de Elfen, vandaar dat zowel de Elfen als de Rananen vroeger, dat is voor de Graanoorlogen, regelmatig over en weer studiereizen organiseerden.